Social distance

Beneden klonk er gisterochtend een brandalarm en ik dacht: ‘Alweer?’ Het betekende dat ik een vierde brand heb meegemaakt in zeventien jaar tijd. Zelf vind ik het best veel, maar ik heb nou eenmaal nooit statistieken gezien waaruit blijkt dat dat echt zo is. Ik hoorde opgewonden stemmen op het balkon – een Slavische taal – kuchende volwassenen, terwijl er toch ook een jongen van tien jaar moest zijn die uit verveling nog wel eens met een bal loopt te klieren. We doen allemaal andere dingen, sinds er een social distance is afgekondigd door de regering.

In het portiek hangt er een brief, afkomstig van twee studentes die een balkon-buurtfeest willen organiseren – nou ja – ze vragen zich feitelijk af of dat wel een goed idee zou zijn. Je moet een QR-code fotograferen en daarna kom je op hun site terecht waar je je mening mag achterlaten. Het idee is om je eigen balkon of huis te gebruiken. Vanzelfsprekend moet je zelf voor eten en drinken zorgen. Social distance.

Ondanks alles ga ik regelmatig wandelen, want dat mag van de premier.

De benedenburen hadden het keukenraam opengezet, zodat de brandlucht eruit zou kunnen.  

Het kruispunt dat eind verleden jaar nog het predicaat ‘gevaarlijkste van de stad’ heeft gekregen, lag en ligt er ook nu weer verlaten bij. Nauwelijks wandelaars of fietsers, een enkele auto. Eerlijk gezegd heb ik vandaag nog geen bus of tram gezien.

Hoelang zou het duren voordat werkeloos thuis zittende mensen tegen de muren van hun huis op proberen te lopen? In Duitsland zijn de eerste lockdown-mishandelingen gemeld.

In het park hingen er een paar scholieren rond. ’s Avonds zei premier Rutte dat er opgetreden zou worden tegen samenscholingen.

Terwijl ik bij een stoplicht stond te wachten, kreeg ik een idee voor een post apocalyptisch verhaal.

Feestvieren terwijl de samenleving instort. Lege straten en geplunderde supermarkten, mensen die op de vlucht zijn of feestvieren, zolang er tenminste voldoende drank en drugs beschikbaar blijven. Net als de elite in Damascus jaren geleden op de daken van hun flatgebouwen deden. Enkele kilometers verderop was het oorlog.

Doomsdaypreppers vind ik overigens een probleem.

Er komt altijd weer een dag dat je je huis moet verlaten. Vroeg of laat is alles ècht op. En dan? Wat doe je als al je voorraden hebt opgegeten en de wereld is verder gegaan? Een goede doomsdayprepper is de laatst levende mens in zijn land.

Gisterochtend wilde mijn buurvrouw gewoon wat lekker eten klaarmaken voor haar huisgenoten, want zo is het volgens mij gegaan.

Rookalarm – ‘Shit, pannetje vergeten.’

Ze zaten natuurlijk gezellig te kletsen in de woonkamer. Toen ging dat alarm af.

Terwijl het pannetje nog na stond te roken op het balkon, hebben ze ongetwijfeld zelf maar een sigaretje opgestoken.

Want het leven gaat ook gewoon verder.


Plaats een reactie